Campagne 2014 »

| Comments Off

Het Open Vld 5-5-5 groeiplan samengebald in een Droodle filmpje van minder dan 2 minuten:

Read the full story »
Campagne 2014
Opinie
persberichten
Participatie
Kortrijk
Home » Pensioenen, VVQ

Van Quickenborne: ‘De mensen zullen keuzes
moeten maken’

Naar Belgische normen zijn de pensioenhervormingen van Di Rupo I zeer ambitieus. Maar ze zijn klein bier in vergelijking met wat in veel andere Europese landen gebeurt. Dat houdt de minister van Pensioenen, Vincent Van Quickenborne, de critici voor die de regering ervan beschuldigen antisociale maatregelen te nemen.

Van Quickenborne is de eerste liberale minister van Pensioenen in ruim 30 jaar. Zijn voorganger Herman De Croo hield het in 1980 maar een jaar vol op dat departement. Ook toen was er sprake van een ontsporende begroting, een slabakkende economie en een politieke malaise. Maar Mr. Q is duidelijk van plan meer zijn stempel te drukken dan zijn verre voorganger toen kon. Het interview heeft plaats in een nogal aparte context. In de commissie Sociale Zaken van de Kamer wordt al volop slag geleverd over het wetsontwerp met diverse bepalingen waarmee de regering een reeks hervormingen, waaronder de meeste pensioenmaatregelen, nog voor 1 januari kracht van wet wil doen krijgen. Tussen twee commissievergaderingen door ontvangt de minister ons even in een zaaltje in de Kamer. De topman van de Rijksdienst voor Pensioenen, Marc De Block, zijn collega voor de ambtenarenpensioenen, Johan Janssens, en zijn kabinetschef voor Pensioenen, Luc Windmolders, nemen – enigszins ongewild – deel aan het interview. ‘Ze hebben vannacht tot half één gewerkt om alle teksten klaar te krijgen’, merkt Van Quickenborne trots op. Onze opmerking dat deze ‘ambetantenaren’ – een uitdrukking die de minister in een vorig leven graag voor ambtenaren gebruikte – dus blijkbaar toch uit hun pijp kunnen komen, wordt maar matig gesmaakt. ‘Het is lang geleden dat ik dat woord nog eens gebruikt heb. Maar ik geef toe dat ik, in tegenstelling tot u, wel eens een vergissing bega. ‘De minister geeft met de memorie van toelichting in de hand nog eens een omstandig overzicht over de vele maatregelen die in de pijplijn zitten: het optrekken van de minimum pensioenleeftijd van 60 naar 62 jaar, het verlengen van de minimum loopbaan van 35 naar 40 jaar, de verstrenging van de gelijkgestelde periodes (periodes van inactiviteit die toch voor het pensioen meetellen), de ingrepen in het ambtenarenpensioen, enzovoort.

De vakbonden dreigen te staken als u een en ander niet bijschaaft. Ze zijn vooral boos over het feit dat sommige ingrepen ‘en cours de route’ ingevoerd worden. Wie nu al bijvoorbeeld tijdskrediet opneemt, zal straks zijn pensioenrechten zien dalen. Volgens hen is dat contractbreuk.

Van Quickenborne: ‘We respecteren alle verworven rechten. Wat is opgebouwd, blijft behouden. Er is dus geen enkele retroactiviteit. Onze maatregelen gaan ook op zijn vroegst op 1 januari 2013 in. De mensen krijgen de juiste informatie plus een jaar de tijd om zich aan te passen. We voorzien ook in sociaal overleg, ook als dat niet verplicht is.’

Maar de vakbonden vangen wel bot met hun vraag om de ingrepen alleen voor nieuwkomers te laten gelden.

Van Quickenborne: ‘Als we enkel bijsturen voor wie aan het begin van zijn carrière staat, zouden onze maatregelen weinig zoden aan de dijk brengen. De mensen zullen keuzes moeten maken.”Men moet ook eens kijken naar wat nu in andere landen gebeurt. Daar worden de pensioenbedragen verlaagd en soms vrij drastisch. Wij vragen enkel om geleidelijk langer te werken om het stelsel betaalbaar te houden.’

Is dit nu de ultieme pensioenhervorming?

Van Quickenborne: ‘Dit is een belangrijke stap. Om hem in een regeerperiode van amper 2,5 jaar te realiseren, is hij zelfs zeer ambitieus. Maar het debat zal niet stoppen in 2014. Ik plan overleg met de sociale partners over wat we op lange termijn moeten doen voor de betaalbaarheid van de pensioenen. Maar ik predik geen revolutie, wel een combinatie van geleidelijkheid en diepgaandheid.’

Ook na deze hervorming blijven we met drie aparte, sterk verschillende pensioenstelsels zitten.

Van Quickenborne: ‘Het zelfstandigen- en het werknemerspensioen zijn al dichter bij elkaar gebracht. Nu doen we stappen voor een toenadering tussen de publieke en private stelsels. Maar we moeten verder op dat pad durven te gaan. Ik heb de ambitie te komen tot één groot pensioenstelsel voor alle werkenden. Ik besef wel dat er nog veel water naar de zee zal vloeien voor we zover zijn.’

Bron: De Tijd, 16 december 2011
Auteur: Ivan Broeckmeyer

Leave a comment!

You must be logged in to post a comment.