Gelegenheidstoespraak 11 juli-viering Wielsbeke
Dames en heren,
Op een toespraak naar aanleiding van de Vlaamse feestdag past het om met wat geschiedenis te beginnen, een deel van onze geschiedenis dat al te weinig bekend is.
Op 23 september 1304 sloot de Vlaamse graaf Jan van Namen een overeenkomst met de Franse koning Filips De Schone, het “Akkoord van Marquette” (voor de Kortrijkzanen een niet onbekende naam). Dit akkoord kwam er meer dan twee jaar na de Guldensporenslag die we hier vandaag herdenken en die een historische overwinning betekende voor het Vlaamse volk. Het akkoord moest een einde maken aan de oorlog tussen Fransen en Vlamingen.
In de periode tussen 1302 en 1304 waren er nog verschillende onderhandelingen en veldslagen tussen Fransen en Vlamingen geweest. Bij de veldslagen van Zierikzee en Pevelenberg moesten de Vlamingen telkens wat van het gewonnen terrein prijsgeven. Tot uiteindelijk in 1304 de strijdende partijen het moe waren en een onderhandeld akkoord verkozen boven de gewapende strijd.
Het akkoord van Marquette was een voorlopig akkoord. De vreugde bij de bevolking in 1304 was groot, want de oorlog had Vlaanderen in een economische crisis gedompeld. Maar de details van het verdrag moesten nog worden ingevuld. De echte onderhandelingen moesten nog beginnen. De Vlamingen wachtten met een bang hart af wat het uiteindelijke compromis zou inhouden.
Vier Vlaamse edellieden verschenen toen aan de onderhandelingstafel. Jan van Gavere, Jan van Cucyk, Gerard de Moor en Gerard van Zottegem. Vier gewiekste lieden, dat zeker, maar de Franse koning vaardigde zijn beste diplomaten en rechtsgeleerden af, die heel wat meer ervaring hadden in dit soort onderhandelingen.
Op 23 juli 1305 – de onderhandelingen hadden iets langer aangesleept dan verwacht – proclameren de Vlaamse graaf Robrecht van Bethune en de koning van Frankrijk het Verdrag van Athis-sur-Orge, het definitieve akkoord.
Dit akkoord bevat, zelfs 700 jaar later, nuttige referentiepunten:
1. De zelfstandigheid van het Vlaamse graafschap wordt gewaarborgd, met Robrecht als rechtmatige vorst. De Vlaamse autonomie leek dus verworven.
2. De jaarlijkse rente die Vlaanderen aan Frankrijk moet betalen, wordt verdubbeld. Autonomie dus in ruil voor meer fiscale transfers.
3. Vlaanderen moet 600 ruiters ter beschikking stellen van de Franse koning. Defensie blijft dus een confederale materie.
4. De kasselrijen Rijsel, Doornik, Orchies en Dowaai worden door de Fransen bezet als waarborg voor de uitvoering van de Vlaamse verplichtingen. De Vlamingen moesten dus land opgeven voor vrede.
5. Alle Vlamingen boven 14 jaar moeten zweren dat ze het vredesverdrag zullen naleven. De Fransen wilden dus minstens één generatie van “communautaire rust”.
6. Het gif zit hem echter ook hier in de staart. “In cauda venenum” in het Latijn dat vandaag opnieuw populair is. Het verdrag stelt namelijk dat de koning van Frankrijk op elk moment nieuwe eisen mag stellen. Een “ontsnappingsclausule” dus, die gewiekste onderhandelaars eigenlijk niet hadden mogen laten passeren.
Het verdrag van Athis-sur-Orge wordt terecht slecht onthaald. De meeste Vlaamse burgers en gezagsdragers voelden zich bedrogen en richtten hun woede op de vier onderhandelaars. Die bleven wijselijk in Frankrijk, wat het verzet in Vlaanderen alleen maar feller maakte.
De toestand loopt zodanig uit de hand dat koning Filips De Schone zich genoodzaakt ziet om een minister voor Vlaamse aangelegenheden als “bemiddelaar” aan te stellen, een zekere Enguerrand de Marigny (een “Jean-Luc Dehaene avant la lettre”). Maar ook die slaagt er niet in om de problemen op te lossen.
In 1307 is er nog altijd geen uitzicht op beterschap. De patstelling bestendigt en verergert de economische problemen van Vlaanderen. Zo lang er geen goed politiek akkoord is, zal de economie blijven slabakken. Je moet geen middeleeuwse ridder zijn om dat te begrijpen.
“Misera Pax” werd het verdrag van Athis-sur-Orge in Vlaanderen intussen genoemd, het pakt van de Ellendige Vrede. Pas op 11 juli 1312, exact tien jaar na de Guldensporenslag, ondertekenden koning Filips De Schone en Robrecht van Bethune een nieuwe overeenkomst, die eindelijk recht moest doen aan de Vlaamse eisen. Het Verdrag van Pontoise.
In feite, zo blijkt algauw, moest Vlaanderen afstand doen alles wat het sinds de Guldensporenslag had binnengehaald. De Franse koning had het spelletje heel slim gespeeld, en de onderhandelingen voortdurend in zijn voordeel gemanipuleerd. Vlaanderen waande zich onafhankelijk maar zat nog altijd stevig in de Franse klem.
Dames en heren, wie zijn geschiedenis niet kent is gedoemd ze opnieuw te beleven. Al te vaak in het verleden heeft de Vlaamse burger historische overwinningen nadien zien verwateren tot subtiele nederlagen.
We hebben vandaag het voordeel dat de onderhandelingen voor meer Vlaanderen worden geleid door een man met een diploma in de geschiedenis. Ik hoop dan ook dat hij de volgende drie lessen uit de Misera Pax van 1305 in deze onderhandelingen gebruikt, met name:
1. Maak vanaf het begin duidelijke en klare afspraken en rijd je niet vast in vage beginselakkoorden.
2. Een voorlopig akkoord leidt alleen maar tot een voortzetting van het immobilisme. Start geen regering vooraleer de principes van een staatshervorming klaar en duidelijk op papier staan.
3. Hou er rekening mee dat de staatsinrichting maar een middel is, niet een doel op zich. Dat de Vlaming in essentie wil dat de economie draait, dat er jobs zijn voor iedereen en dat met het inkomen uit die jobs een waardig bestaan mogelijk is.
Dames en heren,
Ons land blokkeert, dus moet er een nieuwe, grondige staatshervorming komen. Daarover zijn we het zowat allemaal eens. Maar die staathervorming mag geen doel op zich zijn.
- Ze moet dienen om de gewesten en gemeenschappen beter te laten functioneren door ze meer bevoegdheden te geven. Maar ook meer verantwoordelijkheid. Weg van het zakgeld-federalisme waarbij de federale overheid dotaties geeft aan de deelstaten. In plaats daarvan moeten er volwassen deelstaten komen die zelf instaan voor hun inkomsten.
- De staatshervorming moet ook dienen om onze financiën terug op orde te brengen. Ieder kind dat vandaag wordt geboren zal in zijn leven al 60.000 euro meer afdragen aan de overheid, dan het ooit zal terugkrijgen. Als we de put voor onze kinderen niet nog groter willen maken, moeten we nu de tering naar de nering zetten. Door te besparen op een overheid die uit haar voegen is gegroeid. Niet door de Vlaming, die al wereldkampioen is in belastingen, nog verder uit te wringen.
- Deelstaten moeten ook volledig verantwoordelijk worden voor het sociaal-economische beleid. Om ondernemerschap te stimuleren, bijvoorbeeld door kortingen op de vennootschapsbelastingen of op de sociale bijdragen. Maar ook om meer mensen aan jobs te kunnen helpen. Door bevoegdheid over de structurele werkloosheid en de financiering ervan aan de deelstaten over te dragen. Zodat diegenen die niets doen aan de hoge werkloosheid er ook de factuur voor betalen.
Daar ligt de lat bij de komende onderhandelingen. Deze onderhandelingen moeten leiden naar een nieuw model dat de impasse in ons land kan doorbreken. De oude industriële fabriek België werkt niet meer. Het is tijd voor drie frisse KMO’s die goed samenwerken. En die beslissen wat ze nog samen willen doen in een confederaal model.
Dames en heren, u hoort het: de staatshervorming, de splitsing van BHV voorop, is geen louter communautaire, ideologische aangelegenheid. Het zijn net de sociale en economische dossiers die nog al te vaak geblokkeerd worden door de huidige patstelling. Als dit land weer vooruit wil, als we onze welvaart willen handhaven en onze pensioenen verzekeren, als we de jeugd een toekomst willen geven en onze bedrijven de ruimte om te groeien en te bloeien, moeten we eerst de staat hervormen. Een grondige hervorming die voor lange tijd communautaire rust brengt. En die een nieuw scharniermoment wordt voor Vlaanderen. In 1970 werd België een federale staat. 2010 moet het jaar worden waarin de deelstaten volwassen worden en België de stap zet naar een confederaal model.
Dames en heren, ik verwacht niet dat de regeringsonderhandelingen tien jaar zullen duren, en ook niet dat de Vlamingen zich in het zak zullen laten zetten. We leven niet meer in 1302. Maar we moeten wel doortastend zijn, en consequent. En resoluut voor het confederaal model kiezen. Dat is de marsrichting die we nu al moeten aanhouden, nog voor de nieuwe regering gevormd is. Of om het nog simpeler te zeggen: zonder grondige staatshervorming geen nieuwe regering.
Als de Vlaamse onderhandelaars in de middeleeuwen op hun strepen waren blijven staan, zou de geschiedenis van onze contreien er misschien heel anders hebben uitgezien. Het zijn die lessen uit het verre en het meer recente verleden die we vandaag voor ogen moeten houden. We mogen nu niet kiezen voor nieuw uitstel of halve oplossingen. Zeker niet nu de kiezer zo’n duidelijk signaal heeft gegeven.
Ik dank u.