Reform or decline
Op 10 en 11 mei streek het World Economic Forum (Davos) neer in Brussel voor een speciale zitting over Europa. Het WEF brengt politici, bedrijfsleiders en NGO’s samen om in een open sfeer mondiale problemen te bespreken en over oplossingen te brainstormen. Het is vooral gekend van de jaarlijkse hoogmis in Davos die over de jaren heen een vaste referentie is geworden.
De zitting in Brussel was gewijd aan de specifieke Europese uitdagingen. Omwille van de actualiteit ging uiteraard veel aandacht naar de problemen van de Eurozone en de Griekse schuldencrisis. Maar het hoofd-thema van de conferentie was hoe Europa, als vergrijzend continent met haar specifiek sociaal marktmodel, de nieuwe uitdagingen de baas zou kunnen. Ik was door het WEF gevraagd deel te nemen aan een panelgesprek en de slotzitting mee voor te zitten. De consensus van de bijeenkomst was dat Europa op een cruciaal keerpunt staat: worden we het Brugge van de wereld, een “lifestyle” continent, dat geleidelijk aan invloed en welvaart inboet of blijven we een wereldspeler met een krachtige economie? En welke maatregelen zijn nodig om te zorgen dat er morgen niet beslist wordt over mondiale problemen in een G-2, maar dat Europa mee aan de tafel zit?
Het goede nieuws is dat Europa nog veel “onontgonnen potentieel” heeft: de “single market” van 500 miljoen consumenten, een project dat nog verre van afgewerkt is. Je kan zelfs in e-commerce nog steeds geen producten kopen in alle 27 landen. Er is nog steeds geen echte vrijgemaakte energiemarkt. Bedrijven en consumenten zijn door nationale, soms protectionistische regels, nog teveel op de beperkte eigen markt aangewezen.
Er is ook nog veel potentieel inzake productiviteitsstijging door doorgedreven gebruik van ICT. Groei door ons leiderschap in groene technologie verder uit te bouwen. Meer welvaart creëren door producten en diensten te creëren met hoge toegevoegde waarde waar ook vraag naar is in groeimarkten. Meer concurrentiekracht door nieuwe investeringen in opleiding en onderzoek en ontwikkeling. Een groenere en slimmere economie dus.
Maar er is ook slecht nieuws voor de burgers van het oude Europa. Alle hogervermelde maatregelen zullen niet volstaan om gewoon te kunnen blijven voortdoen zoals vandaag. En er moeten politici opstaan die dit eerlijk durven zeggen: er breekt een periode aan van besparingen en soms moeilijke hervormingen. Ons sociaal marktmodel dat na de tweede wereldoorlog is opgebouwd moet worden vervangen door een nieuw systeem dat aangepast is aan de levensomstandigheden en uitdagingen van de 21ste eeuw. We zullen met zijn allen langer en harder moeten werken. De overheid zal meer moeten doen met minder. Politici die nu nog hemel en aarde beloven doen aan kiezersbedrog en vertragen de broodnodige hervormingen waardoor ze nadien nog meer pijnlijk zullen uitvallen. ”