Internet genomineerd voor Nobelprijs voor de vrede

Historisch WWW-logo (1990) van Belg Robert Cailliau, die HyperText definieerde aan het CERN. Bron: Wikipedia
In putje koude oorlog zocht het Amerikaans leger een manier om de communicatielijnen tussen militaire posten te verzekeren in geval van een thermonucleaire aanval. Door een stel computers verspreid over de wereld met elkaar te verbinden tot één netwerk creëerden ze iets volledig nieuws. Een communicatienetwerk dat wat er ook gebeurde steeds bleef functioneren. Dat deze militaire doomsday-technologie ooit genomineerd zou worden voor de Nobelprijs voor de vrede had niemand toen kunnen vermoeden. En toch is het zo, het gaat natuurlijk over het internet, het ingrijpendste stuk technologie sinds de uitvinding van het wiel.
Het ontwerp van toen doet nog steeds precies datgene waarvoor het ontworpen werd, het verzekert de communicatie tussen punten die soms een halve wereld bij elkaar uit de buurt liggen, ongeacht de omstandigheden. Alleen de gebruikers zijn veranderd, geen militairen meer, maar miljarden mensen zoals u en ik gebruiken het netwerk in hun dagelijks leven. E-mail, websites, nieuwe vrienden maken, twitteren over blote voeten
De mogelijkheden zijn alleen begrensd door ons gebrek aan fantasie.
Maar als liberaal en als mens is het hoogste goed, de nobelste meerwaarde van internet, dat het mensen ‘empowert’. Vrijheid en macht geeft aan hen die voorheen geen macht hadden. Het net trekt zich niets aan van grenzen, censuur, godsdiensten. Informatie vloeit er ongehinderd en open. Het laat mensen toe zich te verenigen, te rebelleren. Denken we bijvoorbeeld aan de dood van Neda en de rellen toen in Iran. Via tweets, e-mails, blogs leerde de wereld wat er achter de schermen van het censuur gebeurde.
Zoals met alles wat de mens maakt is er ook een donkere kant aan het internet. Die hoeven we niet te ontkennen. Maar dat weegt niet op tegen de voordelen. In Estland en Finland werd het recht op toegang tot internet reeds in wet gegoten. De Verenigde Naties stellen het gelijk met het recht op water. Voor mij is de toegang tot internet een fundamenteel basisrecht.