“The battle against “green Kafka” down under”
Vandaag stond een bezoek aan Tasmanië op de agenda. Voor wie het wil vinden op de kaart, het is het grote eiland ten zuiden van Australië. Een eiland-deelstaat met een oppervlak dat ruwweg overeenkomt met Benelux en een bevolkingsaantal vergelijkbaar met dat van de stad Antwerpen.
Zelfs hier, een halve wereld van hun thuisbasis vandaan, vind je Belgische bedrijven die hier actief zijn. Zoiets maakt je toch trots. Onder andere Nyrstar wint hier zink in een indrukwekkende installatie. De manager van Nyrstar heeft me met veel moeite het electrolyse proces om zink te winnen uit de doeken gedaan. Ik waande me op een bepaald moment weer op de schoolbanken tijdens de chemieles :-/ , maar nu heb ik het begrepen.
Tasmanië is een prachtig stuk wereld met een waanzinnig mooie natuur en de vreemdste dieren die je kan voorstellen. Velen daarvan zijn door toedoen van de mens op de lijst van bedreigde diersoorten beland. Milieu is iets wat ook in Australië ‘deadly serious’ wordt genomen, zeker aan het einde van (weer) een verschroeiende zomer. Dat bleek gisteren duidelijk uit een intrigerend gesprek dat ik had met mijn Australische tegenvoeter, Simon Crean, Australian minister of Trade (zie foto). We waren het volledig eens dat groene initiatieven en bedrijven alle kansen moesten krijgen om snel en efficiënt te starten en door te groeien. En ook de manier waarop men dit hier aanpakt klinkt bekend: “by cutting the green tape”. Door de bureaucratische rompslomp weg te halen die het opstarten van een groen bedrijf in de weg staat, zorgt Australië ervoor dat het koploper wordt inzake de groene industrie. Gelijkaardige problemen vragen om gelijkaardige oplossingen, “Green Kafka” down-under, ik voel me al helemaal thuis tussen de Aussies.
