
Donderdagochtend de regering vertegenwoordigd bij de eedaflegging van Victorious Viktor Yanukovych als president van Oekraine. Oekraine is land met bijna 50 miljoen hongerige consumenten maar helaas veel corruptie. Lees ook dit interessant artikel in de Wall Street Journal.
Vandaag gelezen dat de staatsveiligheid het gebruik van Blackberry’s en andere smartphones door ministers en topambtenaren wil verbieden. Wat stelt de staatsveiligheid voor? Willen ze dat we teruggaan naar verzegelde perkamenten die door beëdigde koeriers te paard worden besteld? Brieven en faxen kan iedereen onderscheppen, of gewoon meelezen indien je een goede digitale camera hebt.
E-mails meelezen is veel moeilijker. Ze gaan over tientallen servers over gans de wereld voor ze in je mailbox belanden. Ze kunnen makkelijk versleuteld worden zodat enkel de bestemmeling ze kan lezen. Het systeem van BlackBerry gaat nog veel verder met betrekking tot veiligheid. Het stuurt je berichten over slechts een paar, zwaar beveiligde servers. Hier kan niemand onopgemerkt meelezen.
Laat ons niet vergeten dat BlackBerry een gerenommeerd internationaal bedrijf is dat zich toespitst op de ontwikkeling van hoogtechnologische smartphones die door zakenmensen en politici over gans de wereld worden gebruikt. Bij verlies of diefstal kunnen ze je smartphone van op afstand opsporen en wissen. Ze kunnen zich geen toegevingen permitteren op vlak van privacy en veiligheid. Hetzelfde voor Palm, HTC enzovoort.
Informatie gaat steeds sneller. Je kan het je niet permitteren niet op de hoogte zijn van belangrijke nieuwsfeiten. Zeker als minister. Dat maakt een smartphone bijna noodzakelijk. Ik pleit er ook voor dat meer van mijn collega’s de nieuwe media omarmen. Natuurlijk is het zo dat je voor jezelf de grens moet trekken wat je in berichten plaatst en wat niet. Je pin-code moet je sowieso privé houden, anders is het nut helemaal weg.
Ter info, ook Obama heeft een BlackBerry, hij heeft er zelfs twee. De Amerikaanse staatsveiligheid heeft er dus geen probleem mee. Twitter leert ons dat Obama een speciaal top-model heeft gekregen. Supersnelle twitinfo.
Voor mij is dit weer een storm in een glas water.
In samenwerking met Groene Kring West-Vlaanderen maakte de minister kennis met twee verschillende landbouwbedrijven, waarbij hij inging op diverse materies die te maken hebben met de landbouwsector.
Q : “Landbouw ziet er heel gemakkelijk uit als je ploeg een pen is, en je op duizend kilometer van het maïsveld bent (Dwight Eisenhower), maar in die val trap ik niet.”
Eerst bezocht de minister het melkveebedrijf Deeren (Walhoeve) in Veurne, waarbij vooral gefocust werd op administratieve vereenvoudiging. Na dit bezoek vertrok de groep per bus naar Staden. Tijdens de busrit werd verder ingegaan op enkele federale materies die een link hebben met landbouw. Daarna werden tijdens het bezoek aan het tuinbouwbedrijf van de familie Lefevere de sociale thema’s besproken.
Q : “Ik zou het willen verbieden dat de overheden nog informatie opvragen aan de boer die al op andere plaatsen ter beschikking is. Daarom moeten we een rondetafel organiseren met de betrokken overheden zodat alles op elkaar afgestemd wordt. De overheden moeten die informatie met elkaar delen via computer en dus de boer niet meer lastig vallen.”
‘Zit de boer de hele dag op zijn kont, komt er geen patat uit de grond.’ Dat geldt ook voor politici.
En Q, hij ploegde voort…
De afgelopen dagen is er commotie ontstaan over het Twitter-gedrag van minister Vincent Van Quickenborne. Met tweets – zowel in tekst als in beeld – over gebeurtenissen in de kernvergadering, zijn eigen verantwoordelijkheden en een aantal faits divers (is het nog veilig om die uitdrukking te gebruiken, tegenwoordig?) zorgt hij voor gefronste wenkbrauwen bij pers en collega’s. Wat is hier nu eigenlijk aan de hand?
Laten we eens terugkeren naar de essentie van politiek. Een politieker is iemand die, bijvoorbeeld als minister of senator, het volk vertegenwoordigt. Hij of zij is met andere woorden een spreekbuis van wat er beweegt in de samenleving en zorgt voor de politieke vertaling daarvan. In concreto wil dat dus ook zeggen dat een politieker een zekere voeling moet hebben met het voetvolk. Hoe gebeurt dat tegenwoordig? Of beter, hoe willen politici dat dit verloopt?
Senatoren en parlementsleden hebben een achterban en meestal ook een lokaal mandaat in de gemeente of provincie waaruit ze afkomstig zijn. Dat geeft hen al een behoorlijke bron van inspiratie. Wanneer politici het echter maken als minister of premier, lijkt het me dat ze een stuk minder bereikbaar worden voor diezelfde achterban die hem of haar daar heeft gebracht. De voeling met het volk lijkt meer naar een abstract gegeven te neigen. Hoe kunnen wij als gewone stervelingen een minister bereiken? Per brief, om verzeild te geraken in een kafkaiaanse papierberg? Per telefoon, om terecht te komen bij een kabinetsmedewerker die je zo ver mogelijk van de minister probeert te houden? Er blijven niet veel mogelijkheden over. E-mail maakt een goeie kans, al is men hier ook nooit zeker dat de vraag daadwerkelijk bij de minister zelf geraakt.
Kortom, het lijkt me dat politici hun achterban vaak vergeten … tot we verkiezingen naderen. Dan stapt menig politieker plots weer van zijn of haar vergulden pied de stal af om de commercie van de verkiezingsstrijd zijn werk te kunnen laten doen. De bereikbaarheid vergroot terug, maar ebt onverbiddelijk weer weg na de bewuste verkiezingsdag. De stijfheid doet opnieuw zijn intrede en men wringt zich terug in het eeuwenoude politieke keurslijf.
Neen. Dat is niet de manier waarop politici met hun kiezers en achterban zouden moeten omgaan. Het zijn ook maar mensen. Dat wil zeggen dat ze niet de hele dag houterig en stijf rondlopen, vergaderen en beslissingen maken. Integendeel. Het is dus belangrijk voor politici om de voeling met de mensen niet te verliezen en de aloude clichés te doorbreken en tonen dat ze ook menselijk en bereikbaar zijn. Dat moet men echter niet uitsluitend in verkiezingstijd doen, maar net zolang het mandaat loopt en in dienst is van de bevolking. Maar hoe?
Dat is eigenlijk een eerder rethorische vraag voor mij als IT’er. Dezer dagen bestaat er een arsenaal aan digitale communicatiemiddelen op internet, ter ieders beschikking en zonder dat je daarvoor een bril met dikke glazen moet dragen, puisten moet hebben en weten wat een Klingon is. Twitter, Facebook en Netlog zijn waarschijnlijk de beste voorbeelden. Een politicus kan hier zonder al teveel moeite een eigen community bouwen waar eenzijdig naar kan gecommuniceerd worden, maar waar er vooral ook een dialoog kan ontstaan. Ruimte voor vragen, kritiek en bedenkingen.
Ik kan begrijpen dat dit akelig klinkt voor de meeste politici, of toch voor diegene die al langer dan tien jaar een mandaat uitvoeren. Een algemene evolutie op het net is dat het gegeven ‘privacy’ alsmaar meer naar de achtergrond verdwijnt en waar het loont om publiek, zij het via een breed kanaal als internet of een ander medium, sterk uit te hoek te komen een echte crowd pleaser te zijn. Oprechte en open communicatie wordt de nieuwe standaard op internet, niet alleen politici maar ook bedrijven zullen deze trend moeten volgen. De volgende generaties zullen privacy en communicatie op een heel andere manier ervaren.
Op dit moment bevinden we ons in de overgangsfase daarvan en dat is voor veel mensen, waaronder politici, moeilijk te vatten. Dat is ook waarom er zoveel gemengde reacties zijn op het Twitter-gedrag van minister Van Quickenborne. Wat Quickie hier echter bewijst, is een sterk staaltje van moderne communicatie. Niet alleen gebruikt hij de IT-infrastructuur waar hij medeverantwoordelijk voor is, hij doet het daarenboven op een overtuigde en oprechte manier. Hij maakt zich bereikbaar. Wat maakt het uit dat er een foto van een bellende Yves Leterme op de Twitter van Quickie staat, zonder zijn vertrouwde colbert en in een eerder ontspannen sfeer? Er verschijnen zoveel foto’s van Yves in allerlei posities en met allerhande gelaatsuitdrukkingen. En is het zo abnormaal om je schoenen uit te doen als je minister bent? Quickie toont dingen die u en ik normaal en dagdagelijks vinden, maar gerodeerde politici uit hun antieken keurslijf slaan.
Minister Van Quickenborne valt niets te verwijten, er is namelijk geen probleem. De voortgaande evolutie op internet op het vlak van sociale media is nu eenmaal geen weg zonder de nodige obstakels. Binnen drie jaar zullen we hier allemaal hard om lachen. Laten we die positieve gedachte in het achterhoofd houden en met een zekere nuchterheid deze hele situatie over ons heen laten gaan.
Oorspronkelijk gepubliceerd op Jimmy Cappaert’s blog. Overgenomen met toelating van de auteur.
Voor wie er nog aan twijfelt: Yves Leterme (nog geen @) heeft geen enkel probleem met mijn tweets, de korte berichtjes die ik verstuur via Twitter. ‘Vincent is bevoegd voor ICT,’ zei de premier in het VRT-middagjournaal, ‘en hij leert ons zelf de nieuwe technologieën kennen.’
Geen bolwassing dus, zoals her en der in de media al gesuggereerd werd. Mijn collega’s in de regering (en andere gesprekspartners) beseffen maar al te goed dat deze nieuwe vorm van instant communicatie nu ook in België opgang maakt, en dat er straks nog veel meer twitteraars zullen opduiken in het parlement. Niet alleen om onschuldige foto’s van blote voeten en nieuwe brillen te posten, maar ook om het debat met de mensen te voeren.
Als de zo verguisde nieuwe politieke cultuur ergens zijn sporen heeft nagelaten, dan wel in de transparantie van de communicatie. Mijn generatie heeft het niet zo begrepen op achterkamertjespolitiek. Wij willen de mensen net dichter bij de politiek brengen, de kloof met de burger waar zo vaak over gepraat wordt eindelijk overbruggen. Twitter is volgens mij het ideale instrument om die mentaliteitswijziging concreet kracht bij te zetten.
Ik ben niet de eerste politicus die twittert. @AlexanderDeCroo was er al, samen met @Sven Gatz. Maar kijk eens naar de Verenigde Staten, waar @BarackObama en @SenJohnMcCain via Twitter voortdurend in contact zijn met hun kiezers. En wat te denken van de Iraanse oppositie, die Twitter gebruikt om de overheidscensuur te omzeilen en de internationale pers op de hoogte te houden van de toestand in het land? Zonder Twitter zouden we Neda nooit gekend hebben. Het is een heel nieuwe vorm van nieuwsgaring, van uit de buik van de samenleving. Twitter empowert de mensen en bevordert civil freedom, de voedingsbodem van welvaart en economische groei. En het bevrijdt mensen van anti-democratische regimes.
Er dienen zich ook steeds meer jonge journalisten aan die het medium efficiënt inzetten om hun ‘followers’ nog beter te informeren. Ik denk aan @TomVandeWeghe (VRT) die interessante stukken twittert over censuur in China, of @SamFeys, free lance journalist, niet toevallig een 18-jarige student. Die nota bene in De Morgen (wel) positief schrijft over Twitter. Uit onderzoek blijkt dat 65% van de twitteraars jonger is dan 25. Help, ik word oud!
In België kent de Twitter community voorlopig niet zo’n explosieve groei als in de VS of onze buurlanden. Openheid en mededeelzaamheid zijn nooit de sterkste kanten van Vlamingen/Belgen geweest. En laat dat nu net de belangrijkste kenmerken van twitteraars zijn. Mobiel internet is hier ook duur. Er bestaan downloadlimieten. Fixed abonnementen kosten veel. Maar de massale reacties op mijn eigen tweets zeggen mij dat Twitter een blijver is. Er was zelfs al een Twitter-debat op de Vlaamse radio (vorige week bij Peeters & Pichal, @radio1) waardoor we de downloadlimieten hebben afgeschaft. De openheid en transparantie in de politiek zullen er alleen maar op vooruit gaan. Het zal alleszins niet bij oude/nieuwe brillen en blote voeten blijven. @VincentVQ – see you on Twitter

