Archive for January 16th, 2010

Zorgen dat 90% van de gezinnen aangesloten zijn op breedband tegen 2015. De doorbraak van mobiel internet in België verwezenlijken tegen lagere prijzen. De komst van een vierde mobiele operator. De mededingingsautoriteiten versterken. Onze kinderen vanaf 6 jaar voorbereiden op de digitale maatschappij met de computer als lesinstrument. Zorgen dat kleine ondernemingen competitief blijven door gebruik van ICT. De elektronische factuur promoten en zo een besparingspotentieel van 3,5 miljard euro per jaar verwezenlijken. De capaciteit van ons netwerk verhogen door supersnel internet (“Fiber-to-the-Home”) aansluitingen te voorzien bij elke nieuwbouw.

Dit is slechts een greep uit de doelstellingen en projecten die zijn opgenomen in het Digitaal Plan 2010-2015. Dat Plan is opgesteld in overleg met Agoria en werd in september 2009 mee ondertekend door de captains of industry actief in de ICT sector in ons land. Het is intussen volop in uitvoering. Het is een ambitieus plan, met haalbare doelstellingen. Een plan dat rekening houdt met het feit dat ICT en nieuwe media doorheen de hele maatschappij een niet te onderschatten impact hebben. En dat we moeten zorgen dat iedereen mee kan op die informatiesnelweg. Burgers opdat er zich geen nieuwe sociale kloof zou ontwikkelen.
Ondernemingen opdat ze concurrentieel zouden blijven.

Dit Belgisch Digitaal Plan zal model staan voor de ontwikkeling van een Europese toekomstvisie tijdens het Belgisch Voorzitterschap van de EU. Ik was dan ook verrast door de titel van de opiniebijdrage in deze krant van eergisteren onder de titel “Auvibeltaks symptomatisch voor ontbreken toekomstvisie”. Die bijdrage was geschreven door een groep internetondernemers, die ik individueel stuk voor stuk bewonder, maar die hier kort door de bocht zijn gegaan.

Het is juist: wat betreft de Auvibelheffing en auteursrechten in een digitale maatschappij zit ik niet op hun lijn. In mijn toekomstvisie is er namelijk nog steeds plaats voor creatieve ondernemers (journalisten, muzikanten, fotografen, kunstenaars) die originele content creëren en die daarvoor passend vergoed worden. Uiteraard kent het internet geen grenzen. En natuurlijk zorgt het internet voor nieuwe manieren van creatie van origineel werk, die meer gebaseerd zijn op vrijwillige collaboratie en uitwisseling van ervaringen (Wikipedia, Bloggerscommunity, Creative Commons-licenties, …). Ik ben niet blind voor die evolutie: ik ben zelf een blogger, mijn facebook-account zit al een tijd aan zijn limiet, ik doe beroep op de “wisdom of the crowds” bij het boeken van een reis, ik ben een twitter-adept, en ik kan niet zonder mobiel internet.

Maar, ik kom ook op voor creatieve ondernemers die dat niet vrijblijvend willen doen en daar hun brood mee willen verdienen. Zo geloof ik niet dat de nieuwe media (blogs) de traditionele media zullen vervangen. Kwalitatieve nieuwsgaring veronderstelt een goede wisselwerking tussen betaalde professionals enerzijds en de burgermedia anderzijds. Beroepsjournalisten moeten ook in de toekomst nog kunnen betaald worden, ook al wordt hun werk op het grenzenloze internet verspreid. Beroepsfotografen moeten hun auteursrecht ook in een digitale maatschappij kunnen beschermen, als ze dat willen. Muzikanten en producenten moeten een vergoeding krijgen indien hun muziek wordt gekopieerd.

Ja, innovatie komt voort uit “disruptieve modellen”, maar dit betekent niet dat vanaf nu alle business modellen uitgesloten zijn waarbij auteursrechten gerespecteerd blijven. Zo ontwikkelt zich 10 jaar nadat Napster het einde van de muziekindustrie voorspelde (ook zo’n “disruptief model”), eindelijk een commercieel model dat aangepast is aan de technologische evolutie en waarbij artiesten en componisten toch vergoed worden voor hun werk.

Ja, er moet nagedacht worden over een andere manier van vergoeden. Ik ben bereid dat debat aan te gaan en ik neem de uitgestoken hand van de internet-entrepreneurs dus graag aan. Nadenken over nieuwe modellen mag echter geen excuus zijn om intussen niets te doen aan het probleem van de creatieve ondernemers, wiens inkomsten uit auteursrechten de laatste jaren fors zijn gedaald.

Switch to our mobile site