In de pers – maar vooral in de blogosfeer – is er de laatste week heel wat commotie ontstaan rond een zogenaamde “taks op harde schijven” die ik zou hebben ingevoerd. Mensen die mij kennen, weten nochtans dat ik een “die-hard fan” ben van ICT en een tegenstander van taksen. Wat is er dan aan de hand?
Personen die origineel werk produceren, zoals schrijvers, muzikanten, journalisten, componisten en dergelijke creëren intellectuele eigendom. Intellectuele eigendom kan in tegenstelling tot fysieke eigendom gemakkelijk gekopieerd worden, waardoor anderen met de vruchten van het harde werk kunnen gaan lopen. Om mensen ertoe aan te zetten creatief en innovatief bezig te blijven, ook en vooral via het internet, moeten creatievelingen passend beloond worden. Om die reden is er Europese wetgeving (“Richtlijn uit 2001 tot bevordering van de informatiemaatschappij”) die onder meer bepaalt dat voor het kopiëren van beschermde werken steeds een vergoeding verschuldigd is, ook al betreft het een kopie die enkel privé wordt gebruikt.
Met andere woorden: ofwel verbiedt de overheid het kopiëren voor privé-gebruik (vb. vanop een CD naar een iPod), ofwel zorgt ze ervoor dat de auteur daarvoor een “billijke vergoeding” krijgt. In België is geopteerd voor het laatste. De auteurs en producenten worden bij ons “indirect” vergoed door een heffing op informatiedragers waarop de kopie terecht komt, zoals cassetten, video’s, CD-R’s of DVD’s en dit gebeurt al sinds 1996 (vele consumenten zijn zich daarvan wellicht niet bewust).
Omdat de technologie niet stil staat en nog weinigen werken met een cassettedeck of videorecorder, werd verleden jaar een overleg georganiseerd tussen de rechthebbenden (vertegenwoordigd door Auvibel), het bedrijfsleven (Agoria, Unizo, VBO, etc.) en de vertegenwoordigers van de consumenten (Test-Aankoop). Samen hebben zij mij een unaniem advies overgemaakt om de bijdrage op CD’s en DVD’s te verlagen, maar meteen ook nieuwe informatiedragers zoals USB’s en externe hard drives in de regeling op te nemen. Op die manier blijven de inkomsten voor de creatievelingen onaangetast en wordt de bijdrage evenwichtig gespreid.
Ik heb niet zelf de prijzen bepaald, maar enkel dit akkoord tussen Auvibel, ondernemers en consumenten via een Koninklijk Besluit geformaliseerd. Maar het is niet mijn bedoeling mij er gemakkelijk van af te maken door de zwarte piet door te schuiven. Ik sta namelijk achter dit akkoord, dat voorziet in een correcte bijdrage voor mensen die originele werken produceren. Het gaat hier om creatievelingen – ondernemers – die een beloning verdienen voor hun harde werk. Het systeem van “indirecte vergoeding” betekent inderdaad dat niet iedereen betaalt naar gelang het aantal kopies dat hij neemt voor eigen gebruik (iemand kan best een hard drive gebruiken om vooral eigen producties op te slaan). Het is echter administratief veel te complex om dat persoon per persoon te gaan bepalen. Vergelijk het met de heffing op kopieerapparaten. De toegepaste tarieven zijn daarbij niet duurder dan in onze buurlanden (Frankrijk, Duitsland, Nederland), die eenzelfde mechanisme toepassen.
Voor mij zijn journalisten, componisten, schrijvers en andere producenten die dagelijks leuke content maken ondernemers en geen parasieten. Zij verdienen waardering.